ECLI:NL:CRVB:2010:BO2751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant vroeg op 16 november 2007 bijstand aan als alleenstaande, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van het feit dat appellant een gezamenlijke huishouding voert. Dit werd gebaseerd op een onderzoek met huisbezoek en verklaringen van appellant zelf, waarin bleek dat hij en [H.] samenleven en voor elkaar zorgen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van een gezamenlijke huishouding omdat er geen wederzijdse zorg zou zijn en er slechts een commerciële relatie bestond. De Raad beoordeelde de situatie aan de hand van objectieve criteria uit de WWB, waarbij het delen van woonruimte en het leveren van een bijdrage in de huishouding centraal staan.
De Raad concludeerde dat appellant en [H.] hun hoofdverblijf delen en dat er sprake is van wederzijdse zorg, zoals blijkt uit gezamenlijke maaltijden, gedeeld gebruik van spullen, en een woningindeling die wijst op een verbondenheid die verder gaat dan een zakelijke relatie. De Raad verwierp het verweer van een commerciële relatie en bevestigde de afwijzing van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.