ECLI:NL:CRVB:2010:BO2846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kwijtschelding restantvordering bijstandskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten verzochten de gemeente Breda om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een restantvordering van bijstandskosten die zij volgens een beschikking uit 1992 moesten terugbetalen. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat bijzondere individuele omstandigheden een afboeking van het restbedrag rechtvaardigen. De Raad overwoog dat artikel 58 van Pro de WWB een discretionaire bevoegdheid aan het bestuursorgaan geeft om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. De gemeente Breda hanteert een debiteurenbeleid waarbij na zestig maanden en minder dan 75% terugbetaling alleen bij bijzondere omstandigheden kwijtschelding kan plaatsvinden.
De Raad stelde vast dat appellanten niet voldeden aan de voorwaarden voor kwijtschelding, omdat zij minder dan 75% hadden terugbetaald. De door appellanten aangevoerde omstandigheden zoals werkloosheid, taalachterstand, gebrek aan opleiding en zorg voor kinderen werden door de Commissie en de Raad niet als voldoende zwaarwegend beschouwd. De Raad oordeelde dat de Commissie in redelijkheid de kwijtschelding kon weigeren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om de restantvordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden wegens het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden.