ECLI:NL:CRVB:2010:BO3188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie
Appellant diende drie keer een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Bij de eerste aanvraag in maart 2007 bleek uit een huisbezoek dat er twijfel bestond over zijn opgegeven woonsituatie, mede door de aanwezigheid van een andere persoon en diens persoonlijke documenten in zijn woning. Appellant weigerde nadere inlichtingen te verstrekken, waardoor het College de aanvraag afwees.
Bij de tweede aanvraag in augustus 2007 weigerde appellant mee te werken aan een huisbezoek ter controle van zijn woon- en leefsituatie, ondanks een uitnodiging en waarschuwing over de gevolgen. Dit leidde opnieuw tot afwijzing van de aanvraag.
De derde aanvraag in oktober 2007 werd eveneens afgewezen nadat een huisbezoek aantoonde dat er administratieve bescheiden van derden in de woning aanwezig waren, hetgeen de onduidelijkheid over de woonsituatie bevestigde. Appellant gaf tegenstrijdige verklaringen en kon de twijfel niet wegnemen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde in alle drie de zaken de eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en oordeelde dat het College terecht de aanvragen had afgewezen vanwege schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen van appellant worden terecht afgewezen wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht, waardoor zijn recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.