ECLI:NL:CRVB:2010:BO3275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks concentratieproblemen
Appellant heeft op 3 mei 2007 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV op 1 april 2008 werd geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% vanaf 6 mei 2006. Het bezwaar tegen deze beslissing werd op 31 juli 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit op 14 januari 2010 bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de voor hem geselecteerde functies ongeschikt zijn, met name vanwege concentratieproblemen en het werken met gevaarlijke machines, wat zijn belastbaarheid zou overschrijden. Ook stelde hij dat het handelingstempo in de functie medewerker tuinbouw te hoog is en dat functies waarbij samenwerken vereist is niet passend zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen gronden heeft aangevoerd tegen de medische beoordeling, maar slechts tegen de arbeidskundige grondslag. De Raad stelt vast dat de rechtbank de arbeidskundige rapportages en de reactie van de bezwaararbeidsdeskundige op de bezwaren van appellant terecht heeft betrokken en dat het UWV adequaat heeft gereageerd op de aangevoerde punten.
De Raad merkt op dat de concentratieproblemen van appellant zijn meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst, waarbij hij is beperkt tot werk zonder verhoogd persoonlijk risico. De bezwaararbeidsdeskundige heeft terecht vastgesteld dat de machines in de functies geen verhoogd risico vormen en dat de beveiliging voldoende is. De Raad laat het oordeel over het handelingstempo in de tuinbouwfunctie open, omdat het wegvallen van deze functie de mate van arbeidsongeschiktheid niet negatief beïnvloedt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.