ECLI:NL:CRVB:2010:BO3341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Betrokkene stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij per 13 juli 2006 minder dan 25% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een Wajong-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat zij het oordeel van de door haar benoemde deskundige Mutsaers volgde, die extra beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren vaststelde.
Appellant (het UWV) stelde in hoger beroep dat de conclusies van Mutsaers onvoldoende onderbouwd waren en dat hij niet de gelegenheid had gekregen om te reageren op het rapport van bezwaarverzekeringsarts Visser. De Raad overwoog dat Mutsaers zijn oordeel serieus had heroverwogen en voldoende had onderbouwd waarom extra beperkingen noodzakelijk waren.
De Raad volgde de vaste jurisprudentie dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen. Gezien de zorgvuldigheid en consistentie van het rapport van Mutsaers en zijn reactie op Visser, zag de Raad geen reden om daarvan af te wijken.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en legde griffierechten op.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.