ECLI:NL:CRVB:2010:BO3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven banktegoeden
Appellant ontving vanaf oktober 2004 bijstand als alleenstaande. Uit onderzoek bleek dat hij een niet opgegeven bankrekening bij ABN/Amro had met een tegoed dat het vrij te laten vermogen overschreed. De Sociale Dienst Drechtsteden trok daarom de bijstand over de periode januari 2005 tot januari 2006 in en vorderde €14.334,38 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de bankrekening en het tegoed toebehoorden aan zijn broer, die tevens beheerder was, en dat hij zelf niet over het geld kon beschikken. Ter onderbouwing overhandigde hij een ongedateerde verklaring van zijn broer, die echter onvoldoende bewijs vormde.
De Raad overwoog dat het feit dat de rekening op naam van appellant stond, de veronderstelling rechtvaardigt dat het tegoed tot zijn vermogen behoort. Zonder objectief bewijs dat dit niet het geval is, moet dit standpunt worden gehandhaafd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.