ECLI:NL:CRVB:2010:BO3545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en handel in lampen
Appellanten ontvingen vanaf november 1996 bijstand. Na een onderzoek naar handel in lampen en het bezit van vermogen, stelde het College vast dat appellanten inkomsten genoten zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand vanaf juli 1997.
De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond en bevestigde de bevoegdheid van het College tot terugvordering. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden en dat het besluit van 5 april 2007 de terugvordering over 2006 uitsloot.
De Raad oordeelde dat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond vanwege het ontbreken van ondubbelzinnige uitlatingen van het College. Wel stelde de Raad vast dat het College niet meer bevoegd was de bijstand over 1 januari tot 31 oktober 2006 in te trekken, omdat dit reeds was vastgesteld in het besluit van 5 april 2007.
Daarom vernietigde de Raad het besluit voor deze periode, herroept het terugvorderingsbesluit en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten. Het College moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 1 januari tot 31 oktober 2006 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.