ECLI:NL:CRVB:2010:BO3783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid 15-25%
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Zij voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat de primaire arts geen BIG-geregistreerde verzekeringsarts was en het rapport geen handtekening van de staf-verzekeringsarts bevatte. Ook betwistte zij de geschiktheid van de voorgehouden functies vanwege het ontbreken van specifieke diploma's en affiniteit.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat eventuele gebreken in de bezwaarfase waren hersteld. De bezwaarverzekeringsarts had een uitgebreid dossier onderzocht en geen aanleiding gezien om nadere medische informatie op te vragen. Er waren geen nieuwe medische stukken die twijfel konden oproepen over de beoordeling.
Wat betreft de arbeidskundige beoordeling oordeelde de Raad dat de functies medewerker bank, schadecorrespondent en administratief medewerker passend waren gelet op de functionele mogelijkheden van appellante. Haar vwo-diploma en ruime werkervaring voldeden ruimschoots aan de opleidingseisen, en eventuele lacunes konden worden opgevuld door interne opleidingen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. Er werden geen proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering op basis van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.