ECLI:NL:CRVB:2010:BO4312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- A.L. de Gier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW- en ZW-uitkering met rente en invorderingskosten
Appellante ontving terugvorderingsbesluiten van het UWV voor onverschuldigd betaalde WW- en ZW-uitkeringen, respectievelijk € 28.470,33 en € 19.429,68, waarop zij geen bezwaar maakte. Zij stemde in met een afbetalingsregeling van € 100 per maand, maar hield zich hier niet aan en deed later voorstellen tot verlaging van het maandbedrag. Na de laatste betaling in maart 2006 stopte zij met betalen en reageerde niet op verzoeken tot informatieverstrekking.
Het UWV verhoogde de vordering met wettelijke rente en invorderingskosten, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij de terugvorderingsbesluiten nooit had ontvangen en dat de rente en kosten onterecht waren opgelegd. De Raad overwoog dat gezien haar gedragingen na de besluiten, zij deze wel degelijk had ontvangen en dat zij door het niet nakomen van de betalingsverplichtingen terecht met rente en kosten werd geconfronteerd.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegewezen. Hiermee blijft de terugvordering inclusief rente en kosten onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering met rente en kosten blijft gehandhaafd.