ECLI:NL:CRVB:2010:BO4313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WW-dagloon en toepassing Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
Betrokkene was werkzaam als administrateur bij een werkgever en haar arbeidsovereenkomst eindigde per 15 januari 2008. Bij besluit kende het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een WW-uitkering toe, berekend op basis van een dagloon met als refertejaar 2007. Betrokkene maakte bezwaar tegen de wijze van dagloonvaststelling, met name over de nabetaling van niet opgenomen vakantie-uren en overuren.
De rechtbank Assen verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, stellende dat het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen in strijd was met het loondervingsbeginsel uit de WW. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het Besluit correct wordt toegepast en dat de nabetaling van niet opgenomen vakantie-uren niet vorderbaar was in de referteperiode, mede omdat geen CAO van toepassing was en de wettelijke regeling geen vordering tot betaling tijdens die periode toestaat. De nabetaling van overuren was echter wel vorderbaar, zoals blijkt uit brieven van de werkgever, en er was geen bewijs dat de werkgever niet wilde of kon betalen.
De Raad vernietigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.