ECLI:NL:CRVB:2010:BO4340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens gebrek aan procesbelang bij sollicitatieplicht WWB
Appellant ontving sinds 1998 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde hem een brede sollicitatieplicht op, maar verleende hem later voor zes maanden vrijstelling van deze plicht na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze vrijstelling ongegrond, omdat appellant geen inhoudelijke bezwaren tegen het besluit had en geen belangen werd geschaad. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onterecht eerst na bezwaar werd vrijgesteld en dat hij reiskosten had gemaakt door sollicitaties.
De Raad overwoog dat alleen sprake is van voldoende procesbelang als het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor appellant. Het belang van een principiële uitspraak over het moment van vrijstelling werd niet als voldoende procesbelang aangemerkt.
Omdat appellant geen bewijs van gemaakte reiskosten kon overleggen en geen inhoudelijk belang had bij het hoger beroep, verklaarde de Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.