ECLI:NL:CRVB:2010:BO4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claesssens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging terugvordering bijstand wegens ontbreken dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB in de periode van 1 juli 2005 tot en met 9 februari 2007. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok deze bijstand in en vorderde een bedrag van bijna €20.000 terug, omdat haar partner zonder melding nabetalingen van pensioen en uitkeringen had ontvangen.
Na bezwaar matigde het College de terugvordering tot de helft van het bedrag. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam matigde dit bedrag vervolgens verder tot ongeveer €5.000. Appellante ging in hoger beroep tegen deze matiging en stelde dat er dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren om de terugvordering volledig te laten vervallen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren die een verdere matiging rechtvaardigden. De Raad wees erop dat de voorzieningenrechter al voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden van appellante en dat de financiële gevolgen pas optreden bij daadwerkelijke invordering, waarbij beschermingsregels zoals de beslagvrije voet van toepassing zijn.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de matiging van de terugvordering tot circa €4.996 wordt bevestigd.