ECLI:NL:CRVB:2010:BO4355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding van bijstandsschuld wegens niet voldoen aan betalingsverplichtingen
Appellant verzocht het College om kwijtschelding van een bijstandsschuld van €33.208,29, ontstaan door terugvordering wegens het verzwijgen van een gezamenlijke huishouding. Het College wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het College opdracht een nieuw besluit te nemen.
In het nieuwe besluit van 22 januari 2009 wees het College het bezwaar opnieuw af, stellende dat appellant niet gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan en dat het niet onaannemelijk was dat appellant op enig moment betalingen zou verrichten, mede gelet op zijn bezit in Suriname. Appellant voerde aan dat hij door deviezenbeperkingen in Suriname niet over zijn vermogen kon beschikken.
De Raad oordeelde dat appellant geen betalingen had verricht en dat het College terecht aannam dat het niet onaannemelijk was dat appellant in de toekomst zou kunnen betalen. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat het College een andere grondslag hanteerde dan in eerdere besluiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het College bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het College mag het verzoek om kwijtschelding afwijzen.