ECLI:NL:CRVB:2010:BO4396

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3553 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en veroordeling in proceskosten

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een geschil met het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op €759.

De uitspraak is gedaan door rechter B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier M. Mostert, en uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

10/3553 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 juni 2010, 09/1031 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 17 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 24 september 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 4 oktober 2010 heeft mr. Reeser namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 24 september 2010 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 759,--.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) M. Mostert.
IvR