ECLI:NL:CRVB:2010:BO4399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAZ-uitkering ondanks gehoorbeperkingen appellant
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn arm-, schouder- en gehoorklachten bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid. Hij voerde aan dat hij vanwege deze beperkingen niet in staat zou zijn om de resterende, voor hem geschikte functies uit te oefenen.
De Raad nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 juni 2008, waarop de beoordeling was gebaseerd, juist en voldoende was opgesteld. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf om het oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien.
De Raad oordeelde dat de gehoorbeperkingen van appellant, ondanks dat hij vrijwel doof is, niet tot een andere beoordeling leiden omdat de relevante functies één-op-één communicatie vereisen en appellant nog steeds in staat is te communiceren en over een geldig rijbewijs beschikt. De Raad bevestigde daarom de mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% per 31 augustus 2004 en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de resterende functies en de mate van arbeidsongeschiktheid 35-45% per 31 augustus 2004 juist is vastgesteld.