ECLI:NL:CRVB:2010:BO4869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding met kennis
Appellante heeft op 5 juni 2007 een bijstandsuitkering aangevraagd en verklaard een kamer te huren bij een kennis. Het College stelde een onderzoek in, waaronder een verklaring op 10 juli 2007 en een huisbezoek, en wees de aanvraag af wegens gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bestreden besluit geen rechtsgevolg zou hebben. De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en vernietigt deze uitspraak, omdat het besluit van 8 februari 2008 wel een besluit in de zin van de Awb is.
De Raad beoordeelt inhoudelijk dat appellante inderdaad een gezamenlijke huishouding voert met wederzijdse zorg en gezamenlijke kosten, waardoor het College de aanvraag terecht heeft afgewezen. De gestelde onrechtmatigheid van het huisbezoek wordt verworpen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.