ECLI:NL:CRVB:2010:BO4901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering WWB-uitkering wegens te late indiening verantwoordingsverslag
De zaak betreft een terugvordering van een WWB-uitkering over het vergoedingsjaar 2005 omdat het verslag over de uitvoering (Vodu) niet tijdig was ingediend. De Staatssecretaris had het College en de gemeente bezwaren laten afwijzen, waarna beide partijen hoger beroep instelden tegen de uitspraak van de rechtbank.
De rechtbank had het beroep van het College gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar had ten onrechte niet beslist op het beroep van de gemeente. De Raad stelt vast dat de Staatssecretaris de bezwaren van de gemeente ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigt het besluit voor zover het bezwaar van de gemeente betreft.
De Raad oordeelt dat de termijn van drie maanden voor mededeling van de terugvordering een termijn van orde is en geen fatale termijn. De discretionaire bevoegdheid van de Staatssecretaris om terugvordering te matigen wordt marginaal getoetst en de Raad acht het oordeel van de Staatssecretaris dat volledige terugvordering niet tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt, redelijk.
De Raad verklaart het hoger beroep van het College ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van de gemeente. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2010.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vernietigd; het beroep van het College wordt ongegrond verklaard.