ECLI:NL:CRVB:2010:BO5404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WIA bij nabetaling achterstallig loon
Betrokkene was tot 1 juli 2007 werkzaam bij een werkgever en ontving een lager loon dan volgens de CAO was vastgesteld. Na een loonvorderingsprocedure betaalde de werkgever in juli 2008 een nabetaling van achterstallig loon. Het UWV berekende het WIA-dagloon op basis van het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode van 1 oktober 2004 tot 1 oktober 2005, zonder de nabetaling mee te nemen.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, voor zover het het loondervingsbeginsel verlaat, onverbindend was en gaf betrokkene gelijk. Het UWV stelde in hoger beroep dat de wetgever met de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten het loondervingsbeginsel had verlaten en dat het historisch loon bepalend is.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de nabetaling weliswaar vorderbaar was in de referteperiode, maar niet niet-inbaar. De omstandigheden wezen niet op een situatie waarin betrokkene niet eerder betaling had kunnen verkrijgen. Daarom was het correct dat het UWV de nabetaling buiten beschouwing liet bij de dagloonberekening.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de nabetaling wordt buiten de dagloonberekening gelaten.