ECLI:NL:HR:2011:BQ7492

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00003
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116 Wet WIAArt. 2 Wet WIAArt. 8 Wet WIAArt. 9 Wet WIA
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake berekening dagloon Wet WIA

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van het UWV op grond van de Wet WIA. Het cassatieberoep richtte zich op de berekeningswijze van het dagloon, terwijl artikel 116 lid 1 Wet Pro WIA cassatie alleen toestaat bij schending of verkeerde toepassing van specifieke artikelen van die wet.

De Hoge Raad oordeelde dat het beroep niet aan de wettelijke vereisten voldeed omdat het niet ging over de aangewezen wetsartikelen, maar over een andere berekeningskwestie. Daarom kon het beroep niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheren Schaap, Feteris en Koopman op 10 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard omdat het niet ziet op de wettelijk aangewezen gronden.

Uitspraak

nr. 11/00003
10 juni 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 november 2010, nr. 09/4800 WIA, op het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/6240 WIA) betreffende een besluit van het UWV ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: de Wet WIA).
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2. Beoordeling van de klachten
Ingevolge artikel 116, lid 1, van de Wet WIA kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en 8 en 9 van de Wet WIA en de daarop berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen, maar betreft de berekeningswijze van het dagloon. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2011.