ECLI:NL:CRVB:2010:BO6013

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4957 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 WAZArt. 58 WAZArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen herberekening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) niet te wijzigen. Het bezwaar betrof met name de hoogte van de winst uit onderneming die ten grondslag lag aan de uitkering en de vraag of bij de berekening van de arbeidsongeschiktheid rekening moest worden gehouden met de omvang van de werkzaamheden van appellant.

De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar vernietigde het eerdere besluit van het UWV. In hoger beroep werd betwist welke winst uit onderneming correct was en of de werkzaamheden van 46 uur per week invloed hadden op het arbeidsongeschiktheidspercentage. De Raad overwoog dat onder winst uit onderneming de fiscale winst vermeerderd met de ondernemersaftrek wordt verstaan en dat het UWV terecht was uitgegaan van een bedrag van €16.062,-.

Verder stelde de bezwaararbeidsdeskundige dat rekening houden met de 46 uur werkzaamheden geen wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage tot gevolg had, hetgeen appellant niet heeft betwist. De Raad zag geen reden om hiervan af te wijken en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

09/4957 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 juli 2009, 08/8233 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. G.B.A. Bol, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting door de enkelvoudige kamer van de Raad heeft in deze zaak op 19 februari 2010 gevoegd plaatsgevonden met het onderzoek ter zitting in de zaak bij de Raad geregistreerd onder nr. 09/4954 WAZ. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Bol. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gedingen gesplitst. Het onderzoek in het geding met nummer 09/4957 WAZ is heropend. In het geding met kenmerk 09/4954 WAZ is op 2 april 2010 uitspraak gedaan.
Op verzoek van de Raad heeft het Uwv bij rapport van 28 april 2010 van de bezwaararbeidsdeskundige J.M.H. Veugelaers enige vragen van de Raad beantwoord.
De enkelvoudige kamer heeft de zaak ter verdere behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.
Het onderzoek ter zitting heeft opnieuw plaatsgevonden op 20 oktober 2010. Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 11 september 2006 heeft het Uwv de aan appellant krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) verleende uitkering met ingang van 1 januari 2005 onder toepassing van artikel 58 van Pro die wet uitbetaald als ware de mate van zijn arbeidsongeschiktheid 45 tot 55%. Het tegen dit besluit gerichte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 22 januari 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bij uitspraak van 25 juni 2008, 07/1116 laatstgenoemd besluit vernietigd, onder gegrondverklaring van het daartegen gerichte beroep. Daarop heeft het Uwv bij besluit van 15 oktober 2008 (het bestreden besluit) het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep houdt partijen de hoogte van de inkomsten van appellant in het jaar 2005 verdeeld. Appellant wenst uit te gaan van een aan de Belastingdienst opgegeven winst over 2005 van € 15.700,-. De bezwaararbeidsdeskundige is in zijn rapport van 2 oktober 2008 evenwel uitgegaan van een winst van € 16.062,- over dit jaar. Voorts heeft appellant aangevoerd dat bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid ten onrechte geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat hij voor zijn uitval als zelfstandig schoenmaker in een omvang van 46 uur per week werkzaam was.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de WAZ wordt onder de winst uit onderneming verstaan de fiscale winst vermeerderd met de ondernemersaftrek. In het rapport van 27 maart 2006 van financieel adviseur A.M.J. van Son, verbonden aan Kaliber Adviseurs, betreffende de jaarrekening 2005 is als fiscale winst verantwoord een bedrag van € 8.853,- en als ondernemersaftrek € 7.209,-, zijnde totaal een bedrag van € 16.062,-. Het Uwv is in navolging van zijn bezwaararbeidsdeskundige bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar de WAZ-uitkering in 2005 wordt uitbetaald derhalve terecht uitgegaan van laatstgenoemd bedrag.
4.3. Bij rapport van 28 april 2010 heeft bezwaararbeidsdeskundige Veugelaers uiteengezet dat een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid waarbij rekening wordt gehouden met de werkzaamheden voor uitval in een omvang van 46 uur niet tot wijziging leidt van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Appellant heeft de inhoud van dit rapport niet bestreden. De Raad heeft geen reden aan de uitkomst van deze berekening te twijfelen.
4.4. Uit het hiervoor overwogene volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en H. Bolt en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
TM