ECLI:NL:CRVB:2010:BO6420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste functionele mogelijkheden
Betrokkene werkte sinds september 2004 als horecamedewerkster en meldde zich in januari 2006 ziek wegens schouderklachten. Appellant, het UWV, stelde in januari 2008 vast dat betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit en kende betrokkene een WIA-uitkering toe op basis van ongeschiktheid voor drie van vier functies vanwege blootstelling aan stof.
De Raad overwoog dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien, omdat niet alle noodzakelijke gegevens voor een juiste uitkeringsvaststelling beschikbaar waren. Betrokkene had de medische grondslag in hoger beroep niet bestreden, waardoor de Raad uitging van de juistheid van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De bezwaararbeidsdeskundige had voldoende onderbouwd dat betrokkene de functies kon vervullen binnen haar belastbaarheid.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het besluit van het UWV van 25 juli 2008 in stand dat betrokkene geen WIA-uitkering toekent.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor betrokkene geen recht heeft op een WIA-uitkering.