ECLI:NL:CRVB:2010:BO6916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ voor huishoudelijke hulp ondanks betwisting zorgverlening
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het CAK waarin een maximale periodebijdrage voor huishoudelijke hulp werd vastgesteld. Zij stelde dat zij geen aanspraak had gemaakt op zorg en dat er geen indicatie was voor zorgverlening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht de wettelijke bepalingen rondom de AWBZ, het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Bijdragebesluit zorg. Uit de stukken bleek dat appellante ten tijde in geding huishoudelijke hulp ontving van thuiszorginstelling Vivent en dat het CIZ indicatiebesluiten had afgegeven. Dit weerlegde haar stelling dat geen zorg was verleend.
De Raad oordeelde dat het uitvoeringsorgaan verplicht is een eigen bijdrage te heffen overeenkomstig de dwingendrechtelijke voorschriften. Het feit dat het ziekenhuis de indicaties aanvraagt, doet hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp onder de AWBZ blijft van toepassing.