ECLI:NL:CRVB:2010:BO7270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling regievoering huishoudelijke zorg bij overbelasting partner
Appellante, beperkt in functioneren door psycho-geriatrische en somatische aandoeningen, vroeg om huishoudelijke verzorging klasse 2 (HH2) omdat zij niet in staat zou zijn tot regievoering over het huishouden. Het College wees haar toe tot huishoudelijke verzorging klasse 1 (HH1), waarbij werd aangenomen dat haar echtgenoot de regievoering kon overnemen ondanks zijn overbelasting.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, waarbij werd geoordeeld dat de overbelasting van de echtgenoot onvoldoende aanleiding gaf om hem niet tot regievoering te achten. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verwees onder meer naar medische verklaringen die de overbelasting van haar echtgenoot bevestigden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van de indicatiesteller betrouwbaar was en dat de echtgenoot van appellante, ondanks psychische belasting, in staat was de regie over het huishouden te voeren. De medische verklaring van de huisarts gaf geen aanleiding tot een andere conclusie. Ook de verwijzing naar uitlatingen van de wethouder kon de conclusie niet wijzigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd dat appellante niet in aanmerking komt voor huishoudelijke verzorging HH2. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot huishoudelijke verzorging klasse 1 bevestigd.