ECLI:NL:CRVB:2010:BO7432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening premierestitutie werknemersverzekeringen TOR
Appellante, de Politieregio Groningen, verzocht om restitutie van onverschuldigd betaalde premies werknemersverzekeringen over de jaren 2002 tot en met 2004, gebaseerd op een gewijzigde interpretatie van de Tijdelijke Ouderenregeling (TOR). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af omdat geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de premienota’s formele rechtskracht hadden gekregen door het ontbreken van rechtsmiddelen van appellante. De rechtbank oordeelde dat een verandering van rechtspraak, zoals het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2009, niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kan gelden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen en wijst het beroep af. De Raad benadrukt dat het ontbreken van een bezwaarclausule niet automatisch leidt tot verschoonbaarheid van termijnoverschrijding en dat de premienota’s rechtsgevolg hadden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en Europese recht werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.