ECLI:NL:CRVB:2010:BO7437

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4848 WSFBSF-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens niet beantwoorde verzoeken en voortzetting onderzoek

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Appellante verzocht vervolgens om verlaging van het griffierecht met een inkomensverklaring, maar de Raad reageerde hier niet op. Hierdoor werd het verzet van appellante gegrond verklaard.

De Raad constateert dat appellante niet heeft voldaan aan het verzoek om de gronden van het hoger beroep concreet in te dienen, en dat de verwijzing naar reeds aanwezige stukken onvoldoende is. De Raad zal appellante in de gelegenheid stellen het griffierecht alsnog te voldoen en de gronden van het hoger beroep binnen gestelde termijnen in te dienen.

Het verzet leidt tot vervallen van de eerdere uitspraak en voortzetting van het onderzoek in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding tot een veroordeling in de kosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 december 2010.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de oorspronkelijke stand.

Uitspraak

09/4848 WSFBSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2009, 08/1365 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep thans: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: Minister)
Datum uitspraak: 9 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 12 februari 2010 heeft de Raad het namens appellante door [P.], wonende te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 heeft [P.] namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 augustus 2010, waar partijen - de Minister met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Bij brief van 7 oktober 2009 is appellante uitgenodigd het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Bij faxbericht van 3 november 2009 is namens appellante een inkomensverklaring van de Raad voor Rechtsbijstand ingezonden en verzocht om verlaging van het griffierecht.
De Raad stelt vast dat door hem - anders dan in de zaak met reg.nr. 09/4847 WTOS-V, waarin een vergelijkbaar verzoek was gedaan en waarin eveneens heden uitspraak wordt gedaan - niet is gereageerd op het faxbericht van 3 november 2009.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad zal, bij afzonderlijk - aangetekend - te verzenden brief, appellante in de gelegenheid stellen het griffierecht binnen acht weken te voldoen.
De Raad wijst er verder op dat appellante niet heeft voldaan aan het verzoek om de gronden van het hoger beroep in te dienen. De verwijzing - in een tweede faxbericht van 3 november 2009 - naar “de gedingstukken welke reeds in uw bezit zijn” is daarvoor niet toereikend. Appellante dient concreet aan te geven op welke punten en waarom zij het niet eens is met de aangevallen uitspraak. De Raad zal appellante, eveneens bij afzonderlijk - aangetekend - te verzenden brief, in de gelegenheid stellen de gronden binnen vier weken in te dienen.
Van kosten waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
NW