ECLI:NL:CRVB:2010:BO7474

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2378 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake sociale zekerheidswetgeving

In deze zaak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. W.C. de Jonge, een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 april 2009 (zaaknummer 07/3925 ZW). Het verzoek is gedaan op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden. De Centrale Raad heeft op 15 december 2010 uitspraak gedaan over dit verzoek.

De Raad heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot herziening, zoals vereist volgens artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zowel het aanvullend verzoekschrift als het stuk van Instituut Psychosofia van 20 mei 2009 bevatten geen nieuwe informatie die de eerdere uitspraak kan ondermijnen. De Raad heeft benadrukt dat een hernieuwde discussie over de zaak niet kan plaatsvinden zonder de aanwezigheid van nieuwe feiten of omstandigheden.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek om herziening afgewezen en geen termen aanwezig geacht voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, met Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden. De beslissing is openbaar uitgesproken op 15 december 2010.

Uitspraak

09/2378 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 april 2009 (07/3925 ZW),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 april 2009 (07/3925 ZW).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoeker en het Uwv hebben vervolgens op elkaars standpunten gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2010. Namens verzoeker is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 17 juni 2009 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van 20 mei 2009.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 20 mei 2009 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake de vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst
(get.) T.J. van der Torn
RH