ECLI:NL:CRVB:2010:BO7488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid als caissière
Appellante, die eerder een WAO-uitkering ontving, werd vanaf 26 oktober 2003 geschikt geacht voor passende functies met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies. Na hervatting als caissière en diverse ziekmeldingen, meldde zij zich op 24 september 2007 opnieuw ziek met psychische klachten en andere gezondheidsklachten.
De verzekeringsarts oordeelde op 25 november 2007 dat appellante geschikt was voor haar functie als caissière, waarna het UWV de ZW-uitkering per die datum stopzette. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Zutphen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar klachten haar arbeidsongeschikt maakten, maar leverde geen nieuwe medische onderbouwing. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts terecht het eerdere oordeel onderschreef. De Raad zag geen reden om het besluit te wijzigen of een deskundige te benoemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ZW-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor haar arbeid als caissière vanaf 25 november 2007.