ECLI:NL:CRVB:2010:BO7493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25% met ingang van 29 juni 2009. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat de medische grondslag onjuist was en dat er ten onrechte geen urenbeperking was opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beperkingen zoals vastgelegd in de FML niet onjuist waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren dat appellante niet over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikte. Ook de arbeidskundige onderbouwing van het besluit, waaronder de passendheid van de functies en de loonwaarde van de beginnend administratief medewerker, werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellante. Er werd geen aanleiding gezien om een partij te veroordelen in de proceskosten. De herziening van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.