ECLI:NL:CRVB:2010:BO7586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als champignonplukster en ontving na ziekte verschillende uitkeringen. Het UWV besloot op basis van medische rapporten dat zij vanaf 14 februari 2008 geschikt was voor haar arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 18 maart 2008 beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de door appellante overgelegde brief van een psychologe onvoldoende bewijs leverde dat zij arbeidsongeschikt was vanwege psychische klachten. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts stelden dat de klachten psychosociaal waren en niet leidden tot arbeidsongeschiktheid op medische gronden.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd aangegeven dat er geen nieuwe medische aspecten waren en dat appellante geschikt was voor haar arbeid. Appellante leverde geen aanvullende medische gegevens die haar standpunt ondersteunden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is per 18 maart 2008 beëindigd omdat zij geschikt is voor haar arbeid.