ECLI:NL:CRVB:2010:BO7588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als bouwopruimer, meldde zich ziek wegens rug-, buikklachten en tintelingen aan de arm. Het UWV kende aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe. Na medisch onderzoek door de bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsarts werd vastgesteld dat appellant per 18 maart 2008 geschikt was voor zijn eigen werk, ondanks resterende beperkingen.
Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende overleg met de behandelende sector had plaatsgevonden.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts het dossier uitgebreid had bestudeerd en appellant zelf had onderzocht. Alle klachten, waaronder rug-, arm- en psychische klachten en suikerziekte, werden beoordeeld. Er werden geen beperkingen vastgesteld die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen, mede omdat het werk geen excessieve belastingen kent.
De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd en vond nader overleg met de behandelende sector niet noodzakelijk, mede omdat appellant voorafgaand aan ziekmelding nauwelijks contact had met zijn huisarts.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 18 maart 2008. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant niet arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk.