ECLI:NL:CRVB:2010:BO7613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid ondanks autistiforme stoornis
Appellant was werkzaam als productiemedewerker via een uitzendbureau en viel op 15 maart 2007 uit wegens diverse klachten. Na medisch onderzoek concludeerde de verzekeringsarts dat appellant vanaf 1 augustus 2007 geschikt was voor zijn eigen arbeid, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend en dat de werkomstandigheden onjuist waren weergegeven. Hij overlegde medische verklaringen ter onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd vastgesteld dat appellant ondanks zijn autistiforme stoornis beperkingen heeft, maar geschikt blijft voor zijn functie. Het arbeidskundig onderzoek hield rekening met deze beperkingen en toonde aan dat de werkbelasting binnen zijn mogelijkheden lag.
De subjectieve klachtenbeleving van appellant werd niet doorslaggevend geacht. Ook latere medische rapportages die appellant niet zelf onderzocht hadden, konden het oordeel niet wijzigen. De Raad concludeerde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld heeft beëindigd per 1 augustus 2007 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt per 1 augustus 2007 beëindigd.