ECLI:NL:CRVB:2010:BO8109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door rechtbank
Betrokkene stelde een verzoek om schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank Utrecht in een sociale zekerheidszaak. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek om te beoordelen of de Staat aansprakelijk was voor deze overschrijding.
De Raad oordeelde dat de behandeling van het beroep door de rechtbank ongeveer 29 maanden duurde, wat 11 maanden langer was dan de redelijke termijn van 18 maanden voor de beroepsfase in bestuursrechtelijke procedures. Deze overschrijding werd niet gerechtvaardigd geacht, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000.
Daarnaast wees de Raad de proceskosten van betrokkene toe, begroot op €322 voor verleende rechtsbijstand. De Raad benadrukte dat het niet redelijk is om van betrokkene te verlangen dat zij reeds voor sluiting van het onderzoek een beroep doet op artikel 6 EVRM Pro, en dat de rechtbank het verzoek om schadevergoeding had moeten behandelen.
De uitspraak bevestigt de bescherming van het recht op een redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures en de aansprakelijkheid van de Staat bij overschrijding daarvan.
Uitkomst: De Staat is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank.