ECLI:NL:CRVB:2010:BO8584

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6603 ZW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding hogerberoepschrift in socialezekerheidszaak

Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Breda hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet binnen de gestelde termijn was ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze beslissing. Tijdens de zitting van 17 augustus 2010 zijn partijen niet verschenen. De Raad heeft overwogen dat het hogerberoepschrift, hoewel gedateerd op 1 december 2009, pas op 10 december 2009 is ontvangen en het poststempel van de enveloppe 8 december 2009 vermeldt, wat betekent dat het na de uiterste datum van 2 december 2009 ter post is bezorgd.

Volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb, is het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift niet verschoonbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Daarom is het verzet ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

09/6603 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 oktober 2009, 09/884 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 9 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 april 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 april 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 augustus 2010, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 april 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Een afschrift van de aangevallen uitspraak is op 21 oktober 2009 aangetekend aan appellant verzonden. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 2 december 2009. Het hogerberoepschrift, gedateerd 1 december 2009, is per gewone post aan de Raad gezonden, waar het op 10 december 2009 is ontvangen. De enveloppe waarin het ter post is bezorgd, draagt het poststempel 8 december 2009.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij binnen zes weken heeft gereageerd op de aangevallen uitspraak en dat het hem zeer onwaarschijnlijk voorkomt dat sprake is van termijnoverschrijding.
De Raad stelt vast dat de brief waarmee het hogerberoepschrift aan de Raad is gezonden, blijkens het poststempel op 8 december 2009 en daarmee na het verstrijken van de termijn ter post is bezorgd. Die brief is bovendien niet binnen een week na het verstrijken van de termijn ontvangen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden die artikel 6:9, tweede lid, van de Awb stelt, zodat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
KR