ECLI:NL:CRVB:2010:BO8849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering alleenstaande ouderkorting 2005
Appellant ontving bijstand sinds 1989, laatstelijk op grond van de WWB, met een norm voor alleenstaande ouder vanaf 1 januari 2005. Het College herzag de bijstand over 2005 en vorderde terug wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht omtrent de alleenstaande ouderkorting. De Belastingdienst had de alleenstaande ouderkorting toegekend, maar het College kon niet aannemelijk maken dat appellant daadwerkelijk over deze korting beschikte in 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toekenning van de heffingskorting voldoende was. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit van het College, omdat het College niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden. De Raad benadrukt dat appellant niet hoefde te bewijzen dat hij de korting niet ontving.
De Raad beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het College ook andere wettelijke grondslagen kan toepassen, zoals terugvordering op basis van later verkregen middelen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand over 2005 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.