ECLI:NL:CRVB:2010:BO9037
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek periodieke uitkering wegens onvoldoende verminderd functioneren
Appellant, geboren in 1938, diende een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hoewel hij gelijkgesteld werd met een vervolgde vanwege psychische problematiek gerelateerd aan het overlijden van zijn vader, werd de aanvraag voor een periodieke uitkering afgewezen omdat geen verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten werd vastgesteld.
De Raad baseerde zich op medische adviezen, waaronder een psychiatrisch onderzoek van S. Shipto, waaruit bleek dat appellant psychische klachten had maar geen beperkingen in de vier AMA-rubrieken die een verminderd functioneren zouden aantonen. De lichamelijke klachten aan rug en nek werden niet gerelateerd aan de oorlogssituatie. Tevens werd vastgesteld dat appellant in zijn beroepsleven niet belemmerd was door psychische klachten.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en zag geen aanleiding voor nader onderzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard. De Raad merkte op dat de door appellant genoemde getuige van mishandeling mogelijk relevant kan zijn voor een andere uitkeringsregeling.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 16 december 2010.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de periodieke uitkering blijft in stand.