ECLI:NL:CRVB:2010:BO9048
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van lichamelijke en psychische beperkingen
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische en lichamelijke klachten, verzocht om uitbreiding van zijn vergoeding voor huishoudelijke hulp van 4 naar 8 uur per week. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af op grond van medisch advies dat appellant weliswaar beperkt is voor zwaar huishoudelijk werk, maar lichte huishoudelijke taken nog kan uitvoeren.
Tijdens het bezwaar- en beroepsproces werd het medisch advies bevestigd, waarbij arts Kho appellant thuis bezocht en een uitgebreid onderhoud voerde. Er werd geoordeeld dat geen aanvullend lichamelijk onderzoek nodig was gezien de duidelijke medische situatie. De Raad achtte de gehanteerde norm voor toekenning van meer uren huishoudelijke hulp acceptabel en vond dat de taakverdeling binnen het gezin geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees een vergoeding voor meer dan 4 uur huishoudelijke hulp af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.