Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BO9315

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/1057 ZW + 10/1059 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak waarin zijn aanspraken niet naar zijn mening naar behoren waren erkend. Hij stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet correct was uitgevoerd en dat dit pas na de uitspraak duidelijk werd.

De Raad overwoog dat een herzieningsverzoek slechts kan worden toegewezen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het standpunt van verzoeker kwam neer op een hernieuwde beoordeling van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling, hetgeen in de herzieningsprocedure niet aan de orde kan komen zonder nieuwe feiten.

De Raad constateerde dat het verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte en dat ook geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2010, in aanwezigheid van de voorzitter, twee leden en de griffier.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/1057 ZW + 10/1059 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 januari 2010, 08/1796 en 08/6643 (hierna: bestreden uitspraak),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2010, waar namens verzoeker is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de jurisprudentie en in verband daarmede naar zijn mening van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. Gelet op het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting komt het standpunt van verzoeker - samengevat weergegeven - erop neer dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet naar behoren heeft plaatsgevonden en dat dit pas duidelijk is geworden nadat de Raad in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.
2.1. De Raad stelt vast dat het standpunt van verzoeker er in feite op neerkomt dat hij in het kader van de herzieningsprocedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opnieuw de verzekeringsgeneeskundige beoordeling aan de orde wil stellen.
2.2. De Raad overweegt dat de door verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak in de onderhavige herzieningsprocedure niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.3. De Raad acht echter in het verzoekschrift geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR