ECLI:NL:CRVB:2010:BO9321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering hoofd Afdeling Economisch Beheer bij Koninklijke Marechaussee
Appellant, werkzaam als hoofd van de Afdeling Economisch Beheer (H-AEB) bij de Koninklijke Marechaussee, verzocht in 2002 om herwaardering van zijn functie. Na diverse besluiten en rechtsprocedures werd de functie uiteindelijk gewaardeerd op schaal 14. Appellant stelde in hoger beroep dat voor de kenmerken 'dynamiek van de werkzaamheden' en 'wijze van controle' de hoogste score van vijf punten had moeten worden toegekend in plaats van vier.
De Raad stelt vast dat toetsing van functiewaardering beperkt is tot de vraag of de waardering onhoudbaar is. Voor het kenmerk dynamiek oordeelt de Raad dat de werkzaamheden van appellant weliswaar inspelen op beleidsveranderingen, maar dat de hoogste score voor taken met (inter)nationale reikwijdte en beleidsbeslissingsbevoegdheid voorbehouden is aan een hoger echelon. Voor het kenmerk wijze van controle concludeert de Raad dat de beoordeling van adviezen en werkresultaten door superieuren plaatsvindt, en dat een score van vier punten niet onhoudbaar is.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De functiebeschrijving van 26 juli 2007 blijft het uitgangspunt voor de waardering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de functiewaardering op schaal 14 met scores vier blijft bevestigd.