ECLI:NL:CRVB:2010:BO9356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanvullende ziektekostenverzekering wegens onvoldoende noodzaak
Betrokkene had bijzondere bijstand aangevraagd voor de premie van zijn aanvullende ziektekostenverzekering vanaf 1 januari 2007. De gemeente ’s-Gravenhage wees dit af omdat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de extra kosten noodzakelijk waren gezien zijn individuele omstandigheden.
De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat appellant betrokkene van de benodigde informatie moest voorzien, zodat hij zijn bezwaren concreet kon maken. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: het is niet de taak van appellant om betrokkene van informatie te voorzien, zeker nu betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij die informatie niet zelf kon verkrijgen.
De Raad stelt dat betrokkene onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de overstap naar de collectieve verzekering van IZA Cura niet van hem kan worden verlangd. De aangeleverde stukken bieden geen ondersteuning voor zijn stelling. Daarom is er geen grond voor bijzondere bijstand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en bijzondere bijstand wordt niet toegekend.