ECLI:NL:CRVB:2010:BO9565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en re-integratieplicht in WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek na een pols- en schouderblessure en ontving een WAO-uitkering vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV handhaafde dit percentage ondanks bezwaar van appellante. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de re-integratieverplichtingen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de functionele mogelijkheden onjuist waren vastgesteld en dat zij volledig arbeidsongeschikt was. De Raad stelde vast dat het UWV een onjuist Schattingsbesluit had toegepast, waardoor de functie magazijn, expeditiemedewerker niet als referentie kon dienen. Dit leidde tot een herziening van het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 35-45%.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het oorspronkelijke besluit, waarbij de WAO-uitkering wordt aangepast. De re-integratieverplichtingen blijven van kracht omdat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt verhoogd naar 35-45% en de re-integratieplicht bevestigd.