ECLI:NL:CRVB:2010:BO9760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag op grond van Toeslagenwet na bereiken 65-jarige leeftijd
Betrokkene, geboren in 1937, ontving een WAO-uitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Deze toeslag werd afgebouwd vanwege de Wet beperking export uitkeringen, maar de Raad oordeelde eerder dat deze afbouw in strijd was met het IAO-verdrag 118. Na betaling van de teruggevorderde bedragen beëindigde appellant de toeslag per 1 juli 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot beëindiging, stellende dat dit in strijd was met meerdere internationale verdragen. In hoger beroep stelde appellant dat betrokkene vanaf 1 april 2002 geen recht meer had op de toeslag omdat de WAO-uitkering toen was beëindigd vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
De Raad bevestigde dat de WAO-uitkering per 1 april 2002 eindigde en dat daardoor ook het recht op toeslag op grond van de TW verviel. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene vanaf 1 april 2002 geen recht meer had op de toeslag.