ECLI:NL:CRVB:2010:BO9811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens verborgen beperkingen en onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant, sinds 1973 werkzaam als machine-bankwerker, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend wegens psychische klachten. In 2006 en 2007 werden zijn uitkeringen herzien naar lagere percentages, wat hij aanvocht. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond, mede omdat de medische deskundige Vervoort niet op de relevante data had onderzocht en onvoldoende kon onderbouwen dat appellant meer beperkingen had.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV en de rechtbank de gevolgen van het syndroom van Sjögren, vermoeidheid, bewegingsbeperkingen en andere verborgen beperkingen onderschatten. Ook stelde hij dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was toegepast, met name wat betreft de afwisseling van houding bij functies als kassamedewerker.
De Raad oordeelt dat het UWV een verborgen beperking niet heeft gemotiveerd en dat de arbeidskundige signaleringen in de FML onvoldoende zijn onderbouwd. Daarom wordt het UWV opgedragen binnen zes weken de gebreken in de besluiten te herstellen. De ingangsdatum van 22 februari 2007 wordt bevestigd in overeenstemming met eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken de gebreken in de bestreden besluiten te herstellen wegens een verborgen beperking en onvoldoende arbeidskundige motivering.