ECLI:NL:CRVB:2010:BO9952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en proceskostenveroordeling wegens voorspelbare werksituatie
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medische onderzoek zorgvuldig was en de geduide functies geschikt waren vanwege een voorspelbare werksituatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er meer beperkingen waren en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aangepast had moeten worden, en stelde dat de geduide functies niet voldeden aan de voorwaarde van voorspelbare werksituatie. Tevens stelde hij dat de kosten van zijn deskundige wel tijdig waren geclaimd.
De Raad overwoog dat de nieuwe argumenten geen ander oordeel rechtvaardigden en dat appellant geen aanvullende medische informatie had overgelegd. De bezwaarverzekeringsarts had de FML aangepast en toegelicht dat de geselecteerde functies aan de voorwaarde van voorspelbare werksituatie voldeden, wat de Raad volgde. De proceskosten van appellant werden toegewezen omdat deze pas in hoger beroep toegelicht waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd, en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €966 en het betaalde griffierecht van €149 aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.