ECLI:NL:CRVB:2010:BP0218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderzoek schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds 13 juni 2002. Na zijn aanhouding in november 2006 wegens verdenking van heling startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Het College trok bijstand in over de periode van 27 maart 2004 tot 30 november 2006 en vorderde terugbetaling.
Appellant betwistte de periode waarover de intrekking plaatsvond en stelde dat het College onvoldoende bewijs had dat hij vóór oktober 2006 inkomsten uit criminele activiteiten had genoten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het College zich slechts baseerde op een enkele verklaring van zijn broer.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar de exacte periode van schending van de inlichtingenplicht. De verklaring van de broer was onvoldoende gedetailleerd en het College had het volledige proces-verbaal moeten opvragen. Daarom vernietigde de Raad het besluit en droeg het College op binnen zes weken het besluit te herstellen met een deugdelijke grondslag.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en het College wordt opgedragen het besluit te herstellen.