ECLI:NL:CRVB:2010:BP0229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verlenging grafrecht ouders
Appellant verzocht bijzondere bijstand op grond van de WWB voor de kosten van verlenging van het grafrecht van zijn ouders, dat op 14 februari 2009 zou eindigen. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees de aanvraag af, omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant de keuze heeft om het grafrecht te verlengen of niet, en dat het maken van deze kosten een vrijwillige keuze betreft. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die maken dat appellant redelijkerwijs niet van verlenging kan afzien. De kosten van het ruimen van het graf komen bovendien voor rekening van de begraafplaats.
Daarmee is vastgesteld dat de kosten niet noodzakelijk zijn in de zin van de WWB en dat het College niet bevoegd is om bijzondere bijstand te verlenen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de verlenging van het grafrecht wordt bevestigd.