ECLI:NL:CRVB:2010:BP0623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijzondere bijstand voor doorbetaling huur tijdens detentie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de doorbetaling van de vaste lasten van zijn huurwoning tijdens zijn detentie. Het College wees deze aanvraag af, stellende dat de detentie naar verwachting langer dan een half jaar zou duren en dat appellant de woning toch dreigde te verliezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende concrete aanwijzingen had om te verwachten dat de detentie langer dan zes maanden zou duren, mede omdat de gemachtigde van appellant aangaf dat de detentie korter zou zijn en appellant niet in aanmerking kwam voor een ISD-maatregel. Daardoor ontbrak een feitelijke grondslag voor de afwijzing op die grond.
Wel achtte de Raad aannemelijk dat appellant de woning dreigde te verliezen, wat volgens het beleid een reden is om de aanvraag af te wijzen omdat vergoeding dan zijn doel voorbij zou schieten. Daarom vernietigde de Raad het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijzondere bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.