ECLI:NL:CRVB:2010:BP1495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim
Betrokkene, sinds 1989 in dienst bij het GVB als personenvervoerder, was in 2005 voorwaardelijk ontslagen wegens het niet rijden van een dienstrit. Dit ontslag zou ten uitvoer worden gelegd indien betrokkene zich binnen twee jaar opnieuw schuldig maakte aan ernstig plichtsverzuim.
Op 26 juli 2006 vertoonde betrokkene gedrag tijdens twee tramritten dat het College aanleiding gaf het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer te leggen. Dit betrof onder meer het niet direct verkopen van kaartjes aan passagiers, de bejegening van controleurs en het weigeren van medewerking aan een tweede kaartcontrole. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het College terecht het ontslag heeft uitgevoerd.
De Raad stelde vast dat betrokkene zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, waarbij het niet direct verkopen van kaartjes en de weigering tot medewerking aan controle als zwaarwegende gedragingen werden aangemerkt. De Raad vond dat het College op goede gronden tot haar oordeel was gekomen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tenuitvoerlegging in de weg stonden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee het ontslag definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.