ECLI:NL:CRVB:2011:BP0587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar bij niet-ingediende aanvraag bijstand
Appellant, na het verkrijgen van verblijfsrecht op grond van het generaal pardon, sloot op 21 september 2007 een stageovereenkomst met de Dienst Werk en Inkomen van Amsterdam, waarin een stagevergoeding was opgenomen. Hoewel appellant zich later op 23 november 2007 meldde voor een aanvraag om bijstand, werd het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op een vermeende aanvraag van 21 september 2007 door het College niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat op 21 september 2007 geen aanvraag om bijstand was ingediend, mede omdat de stageovereenkomst een vergoeding omvatte en Stichting Vluchtelingenwerk Amsterdam had aangegeven dat appellant zich had ingeschreven voor werk zonder een uitkering aan te vragen. Appellant stelde dat hij wel een aanvraag had willen doen, maar dit werd niet geaccepteerd omdat hij door taalproblemen onvoldoende begreep dat er geen aanvraag tot stand was gekomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze beoordeling, wijzend op de mogelijkheid voor appellant om zich door SVA te laten voorlichten. Tevens werd benadrukt dat een WWB-uitkering op die datum niet aan de orde was binnen de Routekaart Generaal Pardon. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aanvraag om bijstand is ingediend.