ECLI:NL:CRVB:2011:BP0698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde arbeid als krantenbezorgster
Appellante ontving sinds 1986 een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een anonieme tip startte het UWV een fraudeonderzoek waaruit bleek dat appellante van 2001 tot 2007 inkomsten had uit het bezorgen van kranten, zonder dit te melden.
Het UWV paste daarop artikel 44 WAO Pro toe en herzag de uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, met terugvordering van onverschuldigde uitkeringen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij zelf de werkzaamheden verrichtte en dat de volledige inkomsten in aanmerking genomen mochten worden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad acht de verklaringen van appellante tegenover de fraude-inspecteur betrouwbaar en benadrukt dat het afstaan van inkomsten aan haar moeder geen reden is om slechts 50% van de inkomsten te betrekken. Ook is geen sprake van dringende redenen om terugvordering achterwege te laten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit krantenwijkwerk.