ECLI:NL:CRVB:2011:BP1539

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4342 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:4 AwbArtikel 12.4 sociaal statuut Organisatieverandering Gemeente Lisse 2008
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit college over niet-inpassing in geambieerde functie clustermanager

Appellant, werkzaam bij de gemeente Lisse, had zich gemeld voor de functie van clustermanager Bedrijfsvoering. Het college besloot appellant niet in te passen in deze functie, maar gaf de voorkeur aan een andere kandidaat, J., die beter aansloot bij het functieprofiel.

Appellant stelde dat het college onvoldoende informatie had verstrekt over J. en dat hij niet gelijkwaardig was behandeld, onder meer door geen assessment te mogen doen. De Raad stelde vast dat het college een heldere en objectieve toetsingsmaatstaf hanteerde, namelijk artikel 12.4 van het sociaal statuut Organisatieverandering Gemeente Lisse 2008, waarbij functies werden vergeleken op inhoud, eisen en niveau.

Daarnaast beoordeelde het college ook kennis en ervaring, waarbij J. de voorkeur kreeg vanwege zijn leidinggevende ervaring op strategisch en tactisch niveau, passend bij de functie. De Raad oordeelde dat het college binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid handelde en dat het bestreden besluit de terughoudende rechterlijke toetsing kon doorstaan.

Ook stelde de Raad vast dat appellant alle relevante stukken had ontvangen, zodat geen sprake was van schending van artikel 7:4 Awb Pro. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college om appellant niet in te passen in de geambieerde functie.

Uitspraak

09/4342 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 juni 2009, 08/5739 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lisse, (hierna: college)
Datum uitspraak: 6 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. L.P.H. de Milliano, advocaat te Katwijk. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.R.M. Berends-Schellens, advocaat
te ’s-Gravenhage, en A.C. van Leeuwen, werkzaam bij de gemeente Lisse.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, in vaste dienst bij de gemeente Lisse, is in het kader van een reorganisatie aangewezen als functievolger en is ingepast in de functie van [naam functie]. Vervolgens heeft appellant geopteerd voor de functie van clustermanager Bedrijfsvoering (hierna: geambieerde functie).
1.2. Bij besluit van 21 februari 2008 heeft het college appellant niet ingepast in de geambieerde functie. Bij afzonderlijk besluit van eveneens 21 februari 2008 heeft het college J. met ingang van 27 februari 2008 ingepast in de geambieerde functie.
1.3. Het bezwaar van appellant tegen de in overweging 1.2 genoemde besluiten is bij besluit van 1 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat in strijd met artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken beschikbaar zijn gesteld. Er had door het college meer informatie over J. aan appellant verstrekt dienen te worden. Voorts heeft appellant opgemerkt dat tijdens de selectieprocedure andere elementen aan de orde zijn geweest dan enkel het vergelijken van de huidige functies van appellant en J. met de geambieerde functie. Tot slot heeft appellant aangevoerd dat hij net als J. in de gelegenheid had moeten worden gesteld deel te nemen aan een assessment. Het college heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.
4.1. De Raad stelt voorop dat bij een besluit van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure als hier sprake is van onderlinge vergelijking van (functie-)gegevens en kwaliteiten van personen. Het bestuursorgaan heeft hierbij een grote keuzevrijheid.
De rechterlijke toetsing van die keuze is daarom terughoudend.
4.2. De Raad stelt vast dat, wat er ook zij van de gang van zaken in de voorfase, het college er bij zijn besluitvorming in deze sollicitatieprocedure voor heeft gekozen artikel 12.4 van het sociaal statuut Organisatieverandering Gemeente Lisse 2008 (hierna: sociaal statuut) aan het besluit van 1 juli 2008 ten grondslag te leggen. Ingevolge artikel 12.4 van het sociaal statuut worden de gegevens van de huidige functies met de functies (functie-inhoud, functie-eisen, functieniveau, vereist werk- en denkniveau) in het functieboek vergeleken. In deze sollicitatieprocedure zijn de functies van appellant en van J. vergeleken met de geambieerde functie. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het college hiermee een heldere en objectieve toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd.
4.3. De Raad stelt vast dat het college beide kandidaten aanvullend tevens heeft beoordeeld op basis van hun kennis en ervaring. Met deze vaststelling onderschrijft de Raad het standpunt van appellant dat naast het vergelijken van de functies van appellant en J. met de geambieerde functie nog andere elementen een rol hebben gespeeld tijdens de selectieprocedure. Dit acht de Raad, in het licht van de keuzevrijheid die het college heeft, niet onjuist.
4.4. Bij de beoordeling van beide kandidaten heeft J. de voorkeur gekregen, nu zijn leidinggevende ervaring vooral ligt op strategisch/tactisch niveau en de leidinggevende ervaring van appellant met name operationeel van aard is. Dat laatste past minder bij de geambieerde functie.
4.5. De conclusie dat J. beter in het profiel van de geambieerde functie past dan appellant en daarnaast beschikt over de voor de functie gewenste ervaring op het gebied van leidinggeven acht de Raad voldoende onderbouwd. De Raad onderschrift voorts het standpunt dat een assessment géén deel heeft uitgemaakt van de selectieprocedure. J. is pas nadat de keuze op hem was gevallen de gelegenheid geboden een assessment te ondergaan. De Raad is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit de eerdergenoemde terughoudende toetsing kan doorstaan.
4.6. De stelling van appellant dat in strijd met artikel 7:4 van Pro de Awb is gehandeld, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad stelt op basis van de stukken en hetgeen ter zitting door de gemachtigde van appellant is aangevoerd vast dat appellant in het bezit is van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
5. Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en M.C. Bruning en W. van den Brink als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2011.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) B. Bekkers.
RB